Het leek alsof het uit het binnenste van de aarde kwam, een diep en laag gerommel. Uit mijn lip spuit een straal bloed. Is dat mijn bloed? Ik kniel neer bij de deur die mij niet wil laten gaan, mijn knieen rustend op de glassplinters. Ik voel geen pijn, alleen een overweldigende paniek, ik ben aan het schreeuwen. Ook al kan niemand mij horen. Nu in het oog van deze vreemdsoortige orkaan, neem ik afscheid van deze wereld en van de mensen die mijn verblijf hier de moeite waard maakten. Mijn poesjes, ach mijn arme poesjes......het is zo oneerlijk, ik ben nog zo jong, nog zoveel te doen....
Zo nietig en machteloos, ik ben niets, nog minder dan een molecuul ,ik zal verbranden hier en as zal het enige zijn dat rest. Ik zal verdampen.
Hoewel er slechts een half minuutje tussen de explosies zit, lijkt het een eeuwigheid. De tijd is vertraagd. De kakafonie bouwt zich weer op. De vuurbal beroert mijn gezicht, verzengende hitte. De muren vertonen geometrische patronen en delen lijken te verschuiven. Ik lijk nu een tijdelijke doofheid ontwikkeld te hebben, ik weet niet of ik nog wel kan horen. Ik zie oranje en geel, zo onnoemelijk fel, ik zie niets anders meer.......